Juryverslag

VRIJDAG 29/09: CHARLATAN, GENT

KING JAY
King Jay is amper 17 en heeft in zijn jonge leven nog maar een handvol keer op het podium gestaan. Dat was eraan te merken: hij stond er wat onwennig bij en was duidelijk zenuwachtig. Daarenboven is openen sowieso al geen dankbare opdracht. Maar niet getreurd: King Jay kan rappen, heeft een goede groove én een mooie stemkleur. Zijn keuze van beats was ook origineel. Bovendien doet hij alles zelf. De Jury gelooft dan ook dat er, mits de nodige ondersteuning en wat Engelse lessen, een mooie toekomst weggelegd is voor de Ninovieter.

BEECH
Beech gebruikt in de bio op vi.be de termen ‘slackerpop’, ‘rommelig’ en ‘charmant’. Termen die ook de Jury te binnen schoten tijdens de twintig minuten durende set in Charlatan. Rommelig was het dus inderdaad. Het was de Jury echter niet geheel duidelijk of dit de bedoeling was, dan wel of de muzikanten eigenlijk niet beter konden. Van veel uitstraling kon je de heren ook niet bepaald beschuldigen. Het sfeertje dat de vier opriepen kon de Jury dan weer wel bekoren. En hier en daar was een goed idee te horen in de songs. Heeft Beech nog veel groeimarge? De twijfel regeert.

ORKATROFEE
Bazart. Dat was de band die het meest over de lippen ging bij het aanschouwen van Orkatrofee, de band met de beste bandnaam van de avond. De bandleden speelden een strakke set, met catchy synthpopriedeltjes en voldoende variatie. Bovendien deden ze dat op een bijzonder enthousiaste manier. Frontman Joost daarentegen zong nooit echt door en behielp zich van een matige microtechniek. Zijn Nederlandstalige teksten waren daardoor amper verstaanbaar. Zijn bizarre choreografie maakte het er niet echt beter op. Honderd procent overtuigd was de Jury dus niet. Er was een te grote discrepantie tussen band en frontman.

GILMAN
Gilman legde de lat van de wedstrijd plots een pak hoger en nam het publiek in Charlatan mee op een Ben Howard-achtige trip. De band barst van het talent en speelde een set met vele lagen en vol dynamiek. Vooral zanger Sander viel daarbij op: hij heeft een goede, innemende stem en – ondanks zijn brave-schooljongen-uiterlijk – heel veel charisma. In het duistere Juryhok werd voor het eerst deze avond – maar niet voor het laatst – gediscussieerd over radiopotentieel. Dat is altijd een goed teken.

RAMAN.
En toen verscheen RAMAN. Simon Raman trapte de set solo af met een korte – volgens één Jurylid overbodige, volgens een ander strikt noodzakelijke – instrumentale intro op een akoestische gitaar. Daarna gespte hij meteen een elektrisch exemplaar om en transformeerde hij in een rock-‘n-rollmonster. Hij stuurde zijn band aan zoals het een echte frontman betaamt. Samen met zijn zeer goede band zette RAMAN., die voor een 21-jarige over heel wat charisma en maturiteit beschikt, een quasi perfect opgebouwde set neer. Achteraf kon de verbouwereerde Jury niet veel meer uitstamelen dan “Wat een stem. Wat een gitaarspel. Wat een songs.”

STATIC PARTY POSES
Voor Static Party Poses mocht het allemaal wat rustiger zijn. De band – twee broers + aanhangsels – stond lekker sympathiek te wezen op het podium en bracht leuke liedjes in een aangename sfeer. Het was plezant – supertof volgens sommigen – maar ook nogal veel van hetzelfde. De lijzige, eentonige zang bleef geen twintig minuten boeien en het (samen)spel kon ook een pak beter. Heeft de Jury zich verveeld? Nee. Kon de Jury zich na het concert nog veel van de set herinneren? Jammer genoeg ook: nee.

ZATERDAG 30/09: MUZIECKLUB N9, EEKLO

THE LESLIES
Niet minder dan drie ex-finalisten telde de Jury onder de leden van The Leslies. De verwachtingen lagen dan ook hoog. De band, die heel bevrijd stond te spelen, bezorgde de Jury van in het begin een goed gevoel. De liedjes beschikten over poppy refreintjes. Die waren op hun beurt dan weer regelmatig meezingbaar. De hoge verwachtingen werden echter niet helemaal ingelost. Echte songs hoorde de Jury niet. En die ene gitaar, die het hele optreden door vals stond, was méér dan nefast voor de feestvreugde. Heel spijtig.

LONDON BULLET
Aan energie en bijhorende decibels geen gebrek bij London Bullet. De punkband stond vol overgave op en – in het geval van de frontman althans, die zich één welbepaalde sprong nog enige tijd zal herinneren – naast het podium. De muzikanten hadden ook nagedacht over hun outfit en zetten een échte show neer, die nooit verveelde. Was het dan allemaal “knal erop”, zoals één Jurylid het verwoorde? Niet helemaal. Het samenspel was niet altijd je dat en de band trapte af en toe in de geluidsbrij-val. Er is nog wel wat werk aan de winkel.

LENI.
Dat de leden van LENI. al wat muzikale jaren op de teller hebben, werd snel duidelijk. De muzikanten wisten wat ze wilden en hadden goed nagedacht over hun sound. Frontvrouw Eline had in het begin van de set weliswaar nog even last van technische problemen en bijhorende stress, maar kwam gelukkig snel los. Haar aangename, lieflijke stem en dito uitstraling pakten de Jury volledig in. Ze had met ‘We Want The Sun’ en ‘Silver Fire’ zowaar twee nummers meegebracht die langer dan vijf minuten bleven hangen. De eerste tamboerijn van het concours maakte de set volledig af.

CREATIF MINDZ
De drie leden van Creatif Mindz zijn amper 16 en 17 jaar oud, maar ze staan al een pak verder dan heel wat oudere muzikanten. Ze hadden duidelijk hard nagedacht over hun act (inclusief kostuumwissels) en zetten een stevige rockset neer. Die was af en toe over the top – maar dat paste bij het genre – en klonk soms wat puberaal, al is dat niet onlogisch op die leeftijd. Niet elke nummer werd even strak als de kostuums gebracht en de pose nam soms de bovenhand van de muzikaliteit. Doch het mag duidelijk zijn: deze kerels barsten van het talent. Creatif Mindz heeft met andere woorden een mooie toekomst voor de boeg, al zou een andere bandnaam en een beetje meer discipline bij de supporterende ouders zeker geen kwaad kunnen.

BY FAR
“Goed begonnen is half gewonnen”, zo luidt de alom gekende zegswijze. By Far trachtte de daad bij het spreekwoord te voegen, en startte de set met ‘Puzzled In Pitchblack’. Dat nummer beschikt over een sterk refrein en werd vol overgave gezongen door frontman Jacob Vermeire. Spijtig genoeg kon de band het niveau niet aanhouden. Bij het tweede nummer – meer bepaald toen de backing vocals invielen – zakte het geheel in elkaar. Nadien was By Far de aandacht van de Jury volledig kwijt. Een nogal pathetisch aandoende song over de aanslagen in Parijs – of was het toch de dood van Eddy Wally? – bracht niet veel beterschap.

VRIJDAG 06/10: DE CRAMME, STEKENE

KOLFSKOP
Geen evidente opener, die KOLFSKOP. Na de set – of was het een performance? – zakten de Juryleden vol van verwarring af naar het knusse Juryhok. Het was hen niet bepaald duidelijk wat ze nu precies gezien hadden: een band of een theatercollectief. Tussen de nummers door bracht de frontman namelijk stukken Nederlandstalige poëzie ten berde die de vaart er volledig uithaalden. Waarover hij het had was doorgaans niet te verstaan. KOLFSKOP wou heel hard Primus zijn, maar haalde dat niveau nooit. De drummer speelde de bassist en zanger/gitarist met de vingers in de neus naar huis. Eén Jurylid vatte het treffend samen: “Wat moet je hier in godsnaam mee?”.

TIN SOLDIER IN THE UNDERWOODS
Ook Tin Soldier in the Underwoods koos niet voor de evidente weg. Het zestal speelt traditionele Amerikaanse muziek en behelpt zich daarvoor van onder andere een banjo en een mandoline. De band opende sterk. De eerste song, waarbij frontvrouw Lieselotte met haar krachtige stem alle aandacht naar zich toetrok, was een oorwurm van jewelste. Nadien verviel TSITU net iets te veel in de clichés van het genre. Bij de vierde song herpakten de muzikanten zich enigszins, doch een blijvende indruk lieten ze op de Jury niet na.

SCEPTO
“Ik heb meermaals moeten lachen, dat gebeurt doorgaans niet bij hiphopoptredens,” zo opende een Jurylid de debatten na het aanschouwen van Scepto. De jongeman rapte in een verstaanbaar Nederlands met licht Sint-Niklase tongval. Aan de alom gekende hiphopclichés had hij geen nood. Hij sloeg daarentegen het publiek om de oren met de ene rake woordspeling na de andere. Toegegeven, de rhymes van Scepto hadden vaak dezelfde cadans en halverwege zakte de set eventjes in door een bizarre stijlwisseling in de beats. De podiumact kon ook nog beter, maar met wat minder aandacht voor de vloer en wat meer voor het publiek komt dat wel goed.

BOXING DAY
“Punkrock is dood”, wordt weleens geroepen. Het feit dat Groezrock er (tijdelijk) de brui aan geeft is een teken aan de wand. Toch zijn er nog steeds groepen die erin geloven. Boxing Day is zo’n exploot van de DIY scene in Vlaanderen. En het plaatje klopte alvast. De bandleden straalden, zowel op als naast het podium, punkrock uit. En de band speelde redelijk strak. Dat was vooral een verdienste van de drummer. Maar het werd de Jury ook al snel duidelijk: Boxing Day zal het genre niet redden. De band bracht vier trage, langdradige nummers. En de zanger, die zong vaker naast dan in de toon. Punkrock is misschien nog niet dood, maar het is wel verrekt saai geworden.

MONKEY JUICE
Monkey Juice zorgde voor het oplawaai van de avond. De band had een indrukwekkende verzameling versterkers meegebracht en bouwde daarmee letterlijk en figuurlijk een wall of sound. De band smeet zich op het podium, en het duurde niet lang voordat frontman Odiel voor een eerste keer het publiek indook. De vier woestelingen bouwden hun set goed en samenhangend op en eindigen dus logischerwijs met hun beste nummer. Geen klachten bij de Jury over sound en attitude, met andere woorden. Wel twijfels, want niet iedereen was even hard overtuigd van de stem. Die miste zowel in de cleane als in de screamstukken de noodzakelijke impact.

BAYAN
De prijs voor het indrukwekkendste pedalboard van het concours gaat hoogstwaarschijnlijk naar de zanger-gitarist van Bayan. De drie muzikanten wilden duidelijk laten horen dat ze van vele markten thuis waren, en probeerden zo origineel mogelijk voor de dag te komen. Zo ving de Jury op een bepaald moment zowaar een Afrikaanse vibe op. De drummer deed dan weer – iets te vaak? – zijn best om af te wijken van de platgetreden paden. Aan creativiteit geen gebrek dus bij Bayan. Toch was de Jury niet overtuigd. De stem was het grote breekpunt. Die klonk veel te zwak. Van enige vorm van uitstraling kon je het drietal ook niet bepaald beschuldigen.

ZATERDAG 07/10: KADANS, AALTER

STALLED CREATURES
Stalled Creatures speelde op Oost.Best! het allereerste optreden uit de prille carrière en had daarvoor maar een drietal keer gerepeteerd. Dat was er absoluut niet aan te horen, want de band speelde een quasi foutloze set. Qua efficiëntie kan dat tellen. De heren zetten een psychedelische sound neer, en hadden visuals die daar perfect bij aansloten. Klonk allemaal goed. Misschien zelfs iets té goed. Eén Jurylid vond het te clean en mistte een piep en een kraak in de sound. Een ander zag nog genoeg ruimte om te knippen in de nummers. Geen enkel Jurylid was honderd procent overtuigd van de zang. Het laatste nummer, waarbij alle puzzelstukjes in elkaar vielen, nam slechts een deel van de twijfels weg.

LOW LAND HOME
Low Land Home heeft troeven bij de vleet. Zo beschikt frontman Jo over een intrigerende, warme stem. Bovendien had de band minstens twee volwaardige songs meegebracht. ‘Underspoken’, de titeltrack van een recente EP, was met voorsprong het beste nummer van de avond. De band had ook de gave om met een eerder kille sound toch een warm gevoel op te wekken. Maar de band heeft wel nog werk. Zo paste de saaie, droge klankkleur van de elektronische drum absoluut niet. De Jury had liever een akoestisch – of toch zeker een beter geprogrammeerd – exemplaar gehoord. Ook de backings zaten, vermoedelijk door de zenuwen, niet altijd even juist. Niets onoverkomelijk, met andere woorden. De Jury is heel benieuwd of Low Land Home ook op een groter podium overeind blijft.

TIEN TON VUIST
Een goed optreden heeft doorgaans niet veel nodig. Tien Ton Vuist had aan een drum, een gitaar en een paar welgemikte “woohoos” genoeg om de aanwezigen een uppercut te bezorgen. De band speelde op het eerste gehoor vrij simpele muziek, maar deed dit wel bijzonder strak. De gitaarsound deed aan de betere garagerockers denken, en de drummer mepte heerlijk strak op zijn instrument. De bring-it-on-attitude van frontman Tijl maakte het geheel af, al was niet elke Jurylid even hard overtuigd van het vele publieksmennen tussendoor. Voor vernieuwing moest de Jury niet bij Tien Ton Vuist aankloppen, voor de nodige leute en amusement daarentegen…

BLUEBIRD
Bij blues denkt de Jury doorgaans aan bebaarde, grijzende, oude mannen, doch Bluebird liet zien dat het genre ook leeft bij prille twintigers. De vier jongelingen konden bijzonder goed overweg met hun instrumenten: ze overdonderden het publiek met fijn drumwerk, rake gitaarriffs en sterke mondharmonicasolo’s. Ook qua spelplezier en publieksinteractie zat het allemaal meer dan snor. Bij de sound was dat minder het geval: een basinstrument had voor de nodige groove kunnen zorgen, en beide gitaren en de mondharmonica mochten iets vaker weg uit datzelfde register. Ook aan de vaak clichématig opgebouwde nummers is er nog knip- en schaafwerk. Desalniettemin twijfelt de Jury er niet aan dat Bluebird zijn weg zal vinden in het bluesmilieu.

CROOKED STEPS
Crooked Steps was zowaar de derde band van de avond zonder bassist. Het tweetal had enkel een drum, een gitaar en een gigantische dosis overgave meegebracht. De zanger-gitarist beschikte daarbovenop over een goede, herkenbare stem die aan The Black Keys deed denken. Alle ingrediënten voor een rock-‘n-rollfeest waren dus aanwezig. Toch werd het dat niet. Het geheel miste namelijk een randje en durfde weleens te haperen. De band zorgde wél voor de meeste danspassen in het publiek van de avond. Dat is zeker ook een verdienste.

VRIJDAG 13/10: WAAS, SINT-AMANDSBERG

LARSSEN.
Het had er even alle schijn van dat bands met een puntje in de naam (zie RAMAN. en LENI.) automatisch doorstoten naar de halve finales. Larssen. bewijst het tegendeel. De band deed nochtans zijn best. De vier muzikanten – voor de gelegenheid was er een drummer meegekomen – trapten de avond af met een set vol loodzware bassen en ijle gezangen. De band voerde de muziek perfect uit en frontman Sasja struinde over het podium alsof hij Max Colombie was. Jammer genoeg ging Larssen. op nog meer vlakken ten onder aan het Oscar-and-The-Wolf-syndroom. De muziek was zo hard geproducet dat alle ziel eruit verdwenen was. Songs hoorde de Jury ook niet. De Jury bleef er onverschillig bij.

KLOOTHOMMEL
Zoals de bandnaam al doet vermoeden is Kloothommel een prettig gestoorde, excentrieke bende. Voorman Ramirez was gezegend met de gepaste nonchalante coolheid. Lo-fi was het kernwoord tijdens de set. De Jury hoorde verschillende losse ideeën en een zeldzame flard genialiteit. Maar geen enkele nummer leek afgewerkt en het geheel was veel te rommelig. Gek genoeg leek het de bandleden niet zo hard te kunnen schelen dat de set nergens naartoe ging.

OPROER
Oproer stortte de Jury in een existentiële crisis. Twee Juryleden waren honderd procent overtuigd van hun set, de twee anderen not so much. Team ‘pro’ hoorde een strakke indierockgroep met een goed opgebouwde set en een frontman die overliep van charisma en het publiek volledig in zijn macht had. Rock-‘n-roller kon haast niet. Team ‘contra’ hoorde een belegen bluesrockbandje met een slepende drummer, pingelende gitarist en een ongeloofwaardige zanger die van overacting een sport gemaakt heeft. Tijdens de halve finales komt er minstens één extra Jurylid bij. Benieuwd tot welk team die zich zal bekeren.

HIMALAYA HEIGHTS
Qua sfeerschepperij hoef je Himalaya Heights niet veel meer te leren. De band dompelde WAAS bij aanvang van de set onder in duistere postrockklanken. De band weet wat een spanningsboog is. Zeker in het laatste nummer zette Himalaya Heights de Jury meermaals op het verkeerde been door permanent op te bouwen zonder echt volledig los te barsten. De band overdonderde soms – te bombastisch volgens één Jurylid – maar was op zijn best tijdens de ingetogen passages. Dat de drummer de leadzang voor zijn rekening nam kwam de kwaliteit ervan niet altijd ten goede. De backing vocals waren vaak ronduit vals. Heeft deze band überhaupt zang nodig?

MERMAID
De frontvrouw van Mermaid heeft een aangename, hese stem. Dat valt te horen op de demo’s die die band instuurde voor Oost.Best! Live was daar echter amper iets van te merken. Echt doorzingen deed ze namelijk zelden. Daarenboven liet haar Engelse uitspraak vaak te wensen over. De muzikale begeleiding ging nooit verder dan platte popclichés, waardoor het geheel eerder saai was. De Jury hoorde nog een lichte opflakkering tijdens het refrein van de laatste song, maar toen was het kalf al lang verdronken.

ZATERDAG 14/10: JUVENES, ZELE

MAINE COON
Maine Coon had amper twee nummers meegebracht, maar kon toch vlot de toegekende twintig minuten vullen. Echte songs speelde de band niet. Dat is niet zo abnormaal voor het genre, instrumentale psychedelica. Het waren eerder lang uitgesponnen composities. De muzikanten stonden er relaxed – een beetje te sjofel misschien – bij en speelden heel naturel. Eén Jurylid vond dat het allemaal wat gebalder mocht en zag geen toekomst voor Maine Coon. De anderen werden wel meegezogen in de magische sfeer die op en voor het podium hing.

HERMÀNN
Hermànn stond wel degelijk een voorronde van Oost.Best! te spelen in Zele, maar had net zo goed veertig kilometer verderop op Desertfest in Antwerpen kunnen staan. Het drietal betrad het podium met een alles-moet-kapot-mentaliteit en opende de set met een motherfucker van een song. De band klonk overdonderend én speelde strak. De stemmen kwamen, zoals dat hoort, hard aan. Na de eerste song werd het allemaal wat moeilijker om volgen, want niet alles wat de band speelde lag even hard voor de hand. De aandacht van de Jury en publiek verslapte daardoor even. Bij de laatste riff van de set – één die van Ufomammut had kunnen zijn – was iedereen weer bij de les.

COMMODUS
“Hier klopte iets niet”, zo sprak een Jurylid vlak na de set van Commodus. Frontman Samuel beschikt nochtans over een verrassend warme, soulvolle stem én kan een lekker eindje gitaar spelen. Waar ging het dan mis? Bij de uitstraling – die pet – om te beginnen. Bij de boertige bindteksten (“Goeinoavond Zjeleuj!”). En bij de band. Die pootte weliswaar een toffe sfeer neer, maar de kant-en-klare pop klonk bijzonder doordeweeks en braaf. Op het melige af zelfs. Commodus heeft misschien een toekomst als wedding of high school prom band. De Jury ziet eerder heil in een solocarrière.

SWEETSALT
Sweetsalt deed in 2015 ook al eens mee aan Oost.Best!. Het Juryverslag van toen leest: “De Jury (…) vermoedt dat het wel goed komt voor Sweetsalt. Binnen twee jaar kan dit halvefinalemateriaal worden.” De verwachtingen lagen met andere woorden hoog. De Jury kon de warme stem van frontvrouw Mare alvast opnieuw pruimen. Zij was met voorsprong de interessantste figuur van de band. De andere muzikanten straalden echter vooral saaiheid uit en hadden heel wat overbodigheden op het podium gesleurd: een halve spaceshuttle (toetsenist), een amper bespeelde sax (rond de nek van de backing vocaliste), een onhoorbare gitaar (gitarist)… Het geheel klonk ondanks – of net dankzij? – de clicktrack vaak erg rommelig. Dat Sweetsalt de afgelopen twee jaar hard heeft gewerkt was duidelijk. Hard genoeg voor een halve finale? Nee.

THE PERIOD SURFERS
The Period Surfers speelden een thuismatch, maar konden niet scoren – laat staan winnen – voor eigen publiek. Aan de opstelling zal het niet gelegen hebben: die klopte met drum, bas, twee gitaren en alternerende vocals perfect voor een punkband. In de tactische bespreking voorafgaand aan de set was waarschijnlijk afgesproken alles in te zetten op snelheid. En dat was de foute beslissing. De band liep zichzelf voorbij, struikelde over de eigen voeten en speelde met voorsprong de slordigste, rommeligste set van de hele competitie. Het spitsenduo schreeuwde vals en onverstaanbaar in de micro. De supporters waren luid en onbeleefd. Verloren. Met forfaitcijfers.

SCHEMER
Schemer bezit heel wat troeven. De steengoede muzikanten spelen originele, jazzy muziek op conservatoriumniveau. Frontvrouw Joyce bezit op haar beurt een bijzonder, licht hees stemtimbre. Niet verwonderlijk dus dat ze ook geselecteerd is voor The Voice. En toch pakte de mayonaise niet. De Jury heeft amper een woord begrepen van wat ze zong, en dat is jammer bij een Nederlandstalig project. Verder straalde de band niet bepaald veel levensvreugde uit. Genekt door de zenuwen? Het laatste nummer was nog even een lichtpuntje in een verder duistere set. Het mocht niet baten.

 

RECHTSTREEKS GEPLAATST
RAMAN. (Charlatan)
LENI. (muziekclub N9)
SCEPTO (De Cramme)
LOW LAND HOME (Kadans)
OPROER (WAAS)
Maine Coon (Juvenes)

WILDCARDS
GILMAN (Charlatan)
King Jay (Charlatan)
Creatif Mindz (muziekclub N9)
Tien Ton Vuist (Kadans)
Himalaya Heights (WAAS)
Hermànn (Juvenes)